De of het spreekster?
De spreekster
Is het de of het spreekster
In de Nederlandse taal gebruiken wij de spreekster.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: speaker
Deutsch: Sprecher | Bekijk of het der of die Sprecher is.
Français: haut parleur | Bekijk of het Le o La haut parleur is.
Jou of jouw: jouw spreekster
Buigings-e:
Mooi of mooie spreekster
Groot of grote spreekster
Half of halve spreekster
Grappig of grappige spreekster
Leeg of lege spreekster
leuk of leuke spreekster
Vet of vette spreekster
Snel of snelle spreekster
Wit of witte spreekster
Klein of kleine spreekster
Rood of rode spreekster
Dik of dikke spreekster
Oud of oude spreekster
Goed of goede spreekster
Wat rijmt er op spreekster
Elk of elke: Elke spreekster
Aanwijzend voornaamwoord: Die spreekster
Bezittelijk voornaamwoord: Onze spreekster
Wat rijmt er op spreekster
kwaadspreekster - voorspreekster - gastspreekster -
Buigings-e:
Mooi of mooie spreekster
Groot of grote spreekster
Half of halve spreekster
Grappig of grappige spreekster
Leeg of lege spreekster
leuk of leuke spreekster
Vet of vette spreekster
Snel of snelle spreekster
Wit of witte spreekster
Klein of kleine spreekster
Rood of rode spreekster
Dik of dikke spreekster
Oud of oude spreekster
Goed of goede spreekster
Wat rijmt er op spreekster
Elk of elke: Elke spreekster
Aanwijzend voornaamwoord: Die spreekster
Bezittelijk voornaamwoord: Onze spreekster
Wat rijmt er op spreekster
kwaadspreekster - voorspreekster - gastspreekster -
Oefening van de dag