De of het zomerkeuken?
De zomerkeuken
Is het de of het zomerkeuken
In de Nederlandse taal gebruiken wij de zomerkeuken.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: summer kitchen
Deutsch: Sommerküche | Bekijk of het der of die Sommerküche is.
Français: cuisine d'été | Bekijk of het Le o La cuisine d'été is.
Jou of jouw: jouw zomerkeuken
Buigings-e:
Mooi of mooie zomerkeuken
Groot of grote zomerkeuken
Half of halve zomerkeuken
Grappig of grappige zomerkeuken
Leeg of lege zomerkeuken
leuk of leuke zomerkeuken
Vet of vette zomerkeuken
Snel of snelle zomerkeuken
Wit of witte zomerkeuken
Klein of kleine zomerkeuken
Rood of rode zomerkeuken
Dik of dikke zomerkeuken
Oud of oude zomerkeuken
Goed of goede zomerkeuken
Wat rijmt er op zomerkeuken
Elk of elke: Elke zomerkeuken
Aanwijzend voornaamwoord: Die zomerkeuken
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zomerkeuken
Wat rijmt er op zomerkeuken
Buigings-e:
Mooi of mooie zomerkeuken
Groot of grote zomerkeuken
Half of halve zomerkeuken
Grappig of grappige zomerkeuken
Leeg of lege zomerkeuken
leuk of leuke zomerkeuken
Vet of vette zomerkeuken
Snel of snelle zomerkeuken
Wit of witte zomerkeuken
Klein of kleine zomerkeuken
Rood of rode zomerkeuken
Dik of dikke zomerkeuken
Oud of oude zomerkeuken
Goed of goede zomerkeuken
Wat rijmt er op zomerkeuken
Elk of elke: Elke zomerkeuken
Aanwijzend voornaamwoord: Die zomerkeuken
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zomerkeuken
Wat rijmt er op zomerkeuken
Oefening van de dag