De of het werklunch?
De werklunch
Is het de of het werklunch
In de Nederlandse taal gebruiken wij de werklunch.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: working lunch
Deutsch: Arbeitsessen | Bekijk of het der of die Arbeitsessen is.
Français: déjeuner de travail | Bekijk of het Le o La déjeuner de travail is.
Jou of jouw: jouw werklunch
Buigings-e:
Mooi of mooie werklunch
Groot of grote werklunch
Half of halve werklunch
Grappig of grappige werklunch
Leeg of lege werklunch
leuk of leuke werklunch
Vet of vette werklunch
Snel of snelle werklunch
Wit of witte werklunch
Klein of kleine werklunch
Rood of rode werklunch
Dik of dikke werklunch
Oud of oude werklunch
Goed of goede werklunch
Wat rijmt er op werklunch
Elk of elke: Elke werklunch
Aanwijzend voornaamwoord: Die werklunch
Bezittelijk voornaamwoord: Onze werklunch
Wat rijmt er op werklunch
Buigings-e:
Mooi of mooie werklunch
Groot of grote werklunch
Half of halve werklunch
Grappig of grappige werklunch
Leeg of lege werklunch
leuk of leuke werklunch
Vet of vette werklunch
Snel of snelle werklunch
Wit of witte werklunch
Klein of kleine werklunch
Rood of rode werklunch
Dik of dikke werklunch
Oud of oude werklunch
Goed of goede werklunch
Wat rijmt er op werklunch
Elk of elke: Elke werklunch
Aanwijzend voornaamwoord: Die werklunch
Bezittelijk voornaamwoord: Onze werklunch
Wat rijmt er op werklunch
Oefening van de dag