De of het verzekeraar?
De verzekeraar
Is het de of het verzekeraar
In de Nederlandse taal gebruiken wij de verzekeraar.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Verzekeraar is mannelijk
English: insurer
Deutsch: Versicherer | Bekijk of het der of die Versicherer is.
Français: assureur | Bekijk of het Le o La assureur is.
Jou of jouw: jouw verzekeraar
Buigings-e:
Mooi of mooie verzekeraar
Groot of grote verzekeraar
Half of halve verzekeraar
Grappig of grappige verzekeraar
Leeg of lege verzekeraar
leuk of leuke verzekeraar
Vet of vette verzekeraar
Snel of snelle verzekeraar
Wit of witte verzekeraar
Klein of kleine verzekeraar
Rood of rode verzekeraar
Dik of dikke verzekeraar
Oud of oude verzekeraar
Goed of goede verzekeraar
Wat rijmt er op verzekeraar
Elk of elke: Elke verzekeraar
Aanwijzend voornaamwoord: Die verzekeraar
Bezittelijk voornaamwoord: Onze verzekeraar
Wat rijmt er op verzekeraar
uitvaartverzekeraar - obligatieverzekeraar - herverzekeraar -
Buigings-e:
Mooi of mooie verzekeraar
Groot of grote verzekeraar
Half of halve verzekeraar
Grappig of grappige verzekeraar
Leeg of lege verzekeraar
leuk of leuke verzekeraar
Vet of vette verzekeraar
Snel of snelle verzekeraar
Wit of witte verzekeraar
Klein of kleine verzekeraar
Rood of rode verzekeraar
Dik of dikke verzekeraar
Oud of oude verzekeraar
Goed of goede verzekeraar
Wat rijmt er op verzekeraar
Elk of elke: Elke verzekeraar
Aanwijzend voornaamwoord: Die verzekeraar
Bezittelijk voornaamwoord: Onze verzekeraar
Wat rijmt er op verzekeraar
uitvaartverzekeraar - obligatieverzekeraar - herverzekeraar -
Oefening van de dag