De of het verdichtsel?
Het verdichtsel
Is het de of het verdichtsel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het verdichtsel.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: fiction
Deutsch: Fiktion | Bekijk of het der of die Fiktion is.
Français: fiction | Bekijk of het Le o La fiction is.
Jou of jouw: jouw verdichtsel
Buigings-e:
Mooi of mooie verdichtsel
Groot of grote verdichtsel
Half of halve verdichtsel
Grappig of grappige verdichtsel
Leeg of lege verdichtsel
leuk of leuke verdichtsel
Vet of vette verdichtsel
Snel of snelle verdichtsel
Wit of witte verdichtsel
Klein of kleine verdichtsel
Rood of rode verdichtsel
Dik of dikke verdichtsel
Oud of oude verdichtsel
Goed of goede verdichtsel
Wat rijmt er op verdichtsel
Elk of elke: Elk verdichtsel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verdichtsel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verdichtsel
Wat rijmt er op verdichtsel
Buigings-e:
Mooi of mooie verdichtsel
Groot of grote verdichtsel
Half of halve verdichtsel
Grappig of grappige verdichtsel
Leeg of lege verdichtsel
leuk of leuke verdichtsel
Vet of vette verdichtsel
Snel of snelle verdichtsel
Wit of witte verdichtsel
Klein of kleine verdichtsel
Rood of rode verdichtsel
Dik of dikke verdichtsel
Oud of oude verdichtsel
Goed of goede verdichtsel
Wat rijmt er op verdichtsel
Elk of elke: Elk verdichtsel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verdichtsel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verdichtsel
Wat rijmt er op verdichtsel
Oefening van de dag