De of het uitstel?
Het uitstel
Is het de of het uitstel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het uitstel.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: delay
Deutsch: Verzögerung | Bekijk of het der of die Verzögerung is.
Français: retard | Bekijk of het Le o La retard is.
Jou of jouw: jouw uitstel
Buigings-e:
Mooi of mooie uitstel
Groot of grote uitstel
Half of halve uitstel
Grappig of grappige uitstel
Leeg of lege uitstel
leuk of leuke uitstel
Vet of vette uitstel
Snel of snelle uitstel
Wit of witte uitstel
Klein of kleine uitstel
Rood of rode uitstel
Dik of dikke uitstel
Oud of oude uitstel
Goed of goede uitstel
Wat rijmt er op uitstel
Elk of elke: Elk uitstel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitstel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitstel
Wat rijmt er op uitstel
Buigings-e:
Mooi of mooie uitstel
Groot of grote uitstel
Half of halve uitstel
Grappig of grappige uitstel
Leeg of lege uitstel
leuk of leuke uitstel
Vet of vette uitstel
Snel of snelle uitstel
Wit of witte uitstel
Klein of kleine uitstel
Rood of rode uitstel
Dik of dikke uitstel
Oud of oude uitstel
Goed of goede uitstel
Wat rijmt er op uitstel
Elk of elke: Elk uitstel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitstel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitstel
Wat rijmt er op uitstel
Oefening van de dag