De of het taalexamen?
Het taalexamen
Is het de of het taalexamen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het taalexamen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: language exam
Deutsch: Sprachprüfung | Bekijk of het der of die Sprachprüfung is.
Français: examen de langue | Bekijk of het Le o La examen de langue is.
Jou of jouw: jouw taalexamen
Buigings-e:
Mooi of mooie taalexamen
Groot of grote taalexamen
Half of halve taalexamen
Grappig of grappige taalexamen
Leeg of lege taalexamen
leuk of leuke taalexamen
Vet of vette taalexamen
Snel of snelle taalexamen
Wit of witte taalexamen
Klein of kleine taalexamen
Rood of rode taalexamen
Dik of dikke taalexamen
Oud of oude taalexamen
Goed of goede taalexamen
Wat rijmt er op taalexamen
Elk of elke: Elk taalexamen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat taalexamen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons taalexamen
Wat rijmt er op taalexamen
Buigings-e:
Mooi of mooie taalexamen
Groot of grote taalexamen
Half of halve taalexamen
Grappig of grappige taalexamen
Leeg of lege taalexamen
leuk of leuke taalexamen
Vet of vette taalexamen
Snel of snelle taalexamen
Wit of witte taalexamen
Klein of kleine taalexamen
Rood of rode taalexamen
Dik of dikke taalexamen
Oud of oude taalexamen
Goed of goede taalexamen
Wat rijmt er op taalexamen
Elk of elke: Elk taalexamen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat taalexamen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons taalexamen
Wat rijmt er op taalexamen
Oefening van de dag