De of het schakelaar?
De schakelaar
Is het de of het schakelaar
In de Nederlandse taal gebruiken wij de schakelaar.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Schakelaar is mannelijk
English: switch
Deutsch: Schalter | Bekijk of het der of die Schalter is.
Français: interrupteur | Bekijk of het Le o La interrupteur is.
Jou of jouw: jouw schakelaar
Buigings-e:
Mooi of mooie schakelaar
Groot of grote schakelaar
Half of halve schakelaar
Grappig of grappige schakelaar
Leeg of lege schakelaar
leuk of leuke schakelaar
Vet of vette schakelaar
Snel of snelle schakelaar
Wit of witte schakelaar
Klein of kleine schakelaar
Rood of rode schakelaar
Dik of dikke schakelaar
Oud of oude schakelaar
Goed of goede schakelaar
Wat rijmt er op schakelaar
Elk of elke: Elke schakelaar
Aanwijzend voornaamwoord: Die schakelaar
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schakelaar
Wat rijmt er op schakelaar
tuimelschakelaar - draaischakelaar - scheidingsschakelaar -
Buigings-e:
Mooi of mooie schakelaar
Groot of grote schakelaar
Half of halve schakelaar
Grappig of grappige schakelaar
Leeg of lege schakelaar
leuk of leuke schakelaar
Vet of vette schakelaar
Snel of snelle schakelaar
Wit of witte schakelaar
Klein of kleine schakelaar
Rood of rode schakelaar
Dik of dikke schakelaar
Oud of oude schakelaar
Goed of goede schakelaar
Wat rijmt er op schakelaar
Elk of elke: Elke schakelaar
Aanwijzend voornaamwoord: Die schakelaar
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schakelaar
Wat rijmt er op schakelaar
tuimelschakelaar - draaischakelaar - scheidingsschakelaar -
Oefening van de dag