De of het publikum?
Het publikum
Is het de of het publikum
In de Nederlandse taal gebruiken wij het publikum.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Publikum
Jou of jouw: jouw publikum
Buigings-e:
Mooi of mooie publikum
Groot of grote publikum
Half of halve publikum
Grappig of grappige publikum
Leeg of lege publikum
leuk of leuke publikum
Vet of vette publikum
Snel of snelle publikum
Wit of witte publikum
Klein of kleine publikum
Rood of rode publikum
Dik of dikke publikum
Oud of oude publikum
Goed of goede publikum
Wat rijmt er op publikum
Elk of elke: Elk publikum
Aanwijzend voornaamwoord: Dat publikum
Bezittelijk voornaamwoord: Ons publikum
Wat rijmt er op publikum
Buigings-e:
Mooi of mooie publikum
Groot of grote publikum
Half of halve publikum
Grappig of grappige publikum
Leeg of lege publikum
leuk of leuke publikum
Vet of vette publikum
Snel of snelle publikum
Wit of witte publikum
Klein of kleine publikum
Rood of rode publikum
Dik of dikke publikum
Oud of oude publikum
Goed of goede publikum
Wat rijmt er op publikum
Elk of elke: Elk publikum
Aanwijzend voornaamwoord: Dat publikum
Bezittelijk voornaamwoord: Ons publikum
Wat rijmt er op publikum
Oefening van de dag