De of het pinksterdinsdag?
De pinksterdinsdag
Is het de of het pinksterdinsdag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de pinksterdinsdag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Pentecost Tuesday
Deutsch: Pfingstdienstag | Bekijk of het der of die Pfingstdienstag is.
Français: Mardi de la Pentecôte | Bekijk of het Le o La Mardi de la Pentecôte is.
Jou of jouw: jouw pinksterdinsdag
Buigings-e:
Mooi of mooie pinksterdinsdag
Groot of grote pinksterdinsdag
Half of halve pinksterdinsdag
Grappig of grappige pinksterdinsdag
Leeg of lege pinksterdinsdag
leuk of leuke pinksterdinsdag
Vet of vette pinksterdinsdag
Snel of snelle pinksterdinsdag
Wit of witte pinksterdinsdag
Klein of kleine pinksterdinsdag
Rood of rode pinksterdinsdag
Dik of dikke pinksterdinsdag
Oud of oude pinksterdinsdag
Goed of goede pinksterdinsdag
Wat rijmt er op pinksterdinsdag
Elk of elke: Elke pinksterdinsdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die pinksterdinsdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze pinksterdinsdag
Wat rijmt er op pinksterdinsdag
Buigings-e:
Mooi of mooie pinksterdinsdag
Groot of grote pinksterdinsdag
Half of halve pinksterdinsdag
Grappig of grappige pinksterdinsdag
Leeg of lege pinksterdinsdag
leuk of leuke pinksterdinsdag
Vet of vette pinksterdinsdag
Snel of snelle pinksterdinsdag
Wit of witte pinksterdinsdag
Klein of kleine pinksterdinsdag
Rood of rode pinksterdinsdag
Dik of dikke pinksterdinsdag
Oud of oude pinksterdinsdag
Goed of goede pinksterdinsdag
Wat rijmt er op pinksterdinsdag
Elk of elke: Elke pinksterdinsdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die pinksterdinsdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze pinksterdinsdag
Wat rijmt er op pinksterdinsdag
Oefening van de dag