De of het pegagogie?
De pegagogie
Is het de of het pegagogie
In de Nederlandse taal gebruiken wij de pegagogie.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: pegagogy
Jou of jouw: jouw pegagogie
Buigings-e:
Mooi of mooie pegagogie
Groot of grote pegagogie
Half of halve pegagogie
Grappig of grappige pegagogie
Leeg of lege pegagogie
leuk of leuke pegagogie
Vet of vette pegagogie
Snel of snelle pegagogie
Wit of witte pegagogie
Klein of kleine pegagogie
Rood of rode pegagogie
Dik of dikke pegagogie
Oud of oude pegagogie
Goed of goede pegagogie
Wat rijmt er op pegagogie
Elk of elke: Elke pegagogie
Aanwijzend voornaamwoord: Die pegagogie
Bezittelijk voornaamwoord: Onze pegagogie
Wat rijmt er op pegagogie
Buigings-e:
Mooi of mooie pegagogie
Groot of grote pegagogie
Half of halve pegagogie
Grappig of grappige pegagogie
Leeg of lege pegagogie
leuk of leuke pegagogie
Vet of vette pegagogie
Snel of snelle pegagogie
Wit of witte pegagogie
Klein of kleine pegagogie
Rood of rode pegagogie
Dik of dikke pegagogie
Oud of oude pegagogie
Goed of goede pegagogie
Wat rijmt er op pegagogie
Elk of elke: Elke pegagogie
Aanwijzend voornaamwoord: Die pegagogie
Bezittelijk voornaamwoord: Onze pegagogie
Wat rijmt er op pegagogie
Oefening van de dag