De of het oproer?
Het oproer
Is het de of het oproer
In de Nederlandse taal gebruiken wij het oproer.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: insurrection
Deutsch: Aufstand | Bekijk of het der of die Aufstand is.
Français: insurrection | Bekijk of het Le o La insurrection is.
Jou of jouw: jouw oproer
Buigings-e:
Mooi of mooie oproer
Groot of grote oproer
Half of halve oproer
Grappig of grappige oproer
Leeg of lege oproer
leuk of leuke oproer
Vet of vette oproer
Snel of snelle oproer
Wit of witte oproer
Klein of kleine oproer
Rood of rode oproer
Dik of dikke oproer
Oud of oude oproer
Goed of goede oproer
Wat rijmt er op oproer
Elk of elke: Elk oproer
Aanwijzend voornaamwoord: Dat oproer
Bezittelijk voornaamwoord: Ons oproer
Wat rijmt er op oproer
studentenoproer - Palingoproer - psalmenoproer -
Buigings-e:
Mooi of mooie oproer
Groot of grote oproer
Half of halve oproer
Grappig of grappige oproer
Leeg of lege oproer
leuk of leuke oproer
Vet of vette oproer
Snel of snelle oproer
Wit of witte oproer
Klein of kleine oproer
Rood of rode oproer
Dik of dikke oproer
Oud of oude oproer
Goed of goede oproer
Wat rijmt er op oproer
Elk of elke: Elk oproer
Aanwijzend voornaamwoord: Dat oproer
Bezittelijk voornaamwoord: Ons oproer
Wat rijmt er op oproer
studentenoproer - Palingoproer - psalmenoproer -
Oefening van de dag