De of het oncoloog?
De oncoloog
Is het de of het oncoloog
In de Nederlandse taal gebruiken wij de oncoloog.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Oncoloog is mannelijk
English: oncologist
Deutsch: Onkologe | Bekijk of het der of die Onkologe is.
Français: oncologiste | Bekijk of het Le o La oncologiste is.
Jou of jouw: jouw oncoloog
Buigings-e:
Mooi of mooie oncoloog
Groot of grote oncoloog
Half of halve oncoloog
Grappig of grappige oncoloog
Leeg of lege oncoloog
leuk of leuke oncoloog
Vet of vette oncoloog
Snel of snelle oncoloog
Wit of witte oncoloog
Klein of kleine oncoloog
Rood of rode oncoloog
Dik of dikke oncoloog
Oud of oude oncoloog
Goed of goede oncoloog
Wat rijmt er op oncoloog
Elk of elke: Elke oncoloog
Aanwijzend voornaamwoord: Die oncoloog
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oncoloog
Wat rijmt er op oncoloog
Buigings-e:
Mooi of mooie oncoloog
Groot of grote oncoloog
Half of halve oncoloog
Grappig of grappige oncoloog
Leeg of lege oncoloog
leuk of leuke oncoloog
Vet of vette oncoloog
Snel of snelle oncoloog
Wit of witte oncoloog
Klein of kleine oncoloog
Rood of rode oncoloog
Dik of dikke oncoloog
Oud of oude oncoloog
Goed of goede oncoloog
Wat rijmt er op oncoloog
Elk of elke: Elke oncoloog
Aanwijzend voornaamwoord: Die oncoloog
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oncoloog
Wat rijmt er op oncoloog
Oefening van de dag