De of het normdosering?
De normdosering
Is het de of het normdosering
In de Nederlandse taal gebruiken wij de normdosering.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: standard dosage
Jou of jouw: jouw normdosering
Buigings-e:
Mooi of mooie normdosering
Groot of grote normdosering
Half of halve normdosering
Grappig of grappige normdosering
Leeg of lege normdosering
leuk of leuke normdosering
Vet of vette normdosering
Snel of snelle normdosering
Wit of witte normdosering
Klein of kleine normdosering
Rood of rode normdosering
Dik of dikke normdosering
Oud of oude normdosering
Goed of goede normdosering
Wat rijmt er op normdosering
Elk of elke: Elke normdosering
Aanwijzend voornaamwoord: Die normdosering
Bezittelijk voornaamwoord: Onze normdosering
Wat rijmt er op normdosering
Buigings-e:
Mooi of mooie normdosering
Groot of grote normdosering
Half of halve normdosering
Grappig of grappige normdosering
Leeg of lege normdosering
leuk of leuke normdosering
Vet of vette normdosering
Snel of snelle normdosering
Wit of witte normdosering
Klein of kleine normdosering
Rood of rode normdosering
Dik of dikke normdosering
Oud of oude normdosering
Goed of goede normdosering
Wat rijmt er op normdosering
Elk of elke: Elke normdosering
Aanwijzend voornaamwoord: Die normdosering
Bezittelijk voornaamwoord: Onze normdosering
Wat rijmt er op normdosering
Oefening van de dag