De of het mobilitteit?
De mobilitteit
Is het de of het mobilitteit
In de Nederlandse taal gebruiken wij de mobilitteit.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: mobilitteit
Jou of jouw: jouw mobilitteit
Buigings-e:
Mooi of mooie mobilitteit
Groot of grote mobilitteit
Half of halve mobilitteit
Grappig of grappige mobilitteit
Leeg of lege mobilitteit
leuk of leuke mobilitteit
Vet of vette mobilitteit
Snel of snelle mobilitteit
Wit of witte mobilitteit
Klein of kleine mobilitteit
Rood of rode mobilitteit
Dik of dikke mobilitteit
Oud of oude mobilitteit
Goed of goede mobilitteit
Wat rijmt er op mobilitteit
Elk of elke: Elke mobilitteit
Aanwijzend voornaamwoord: Die mobilitteit
Bezittelijk voornaamwoord: Onze mobilitteit
Wat rijmt er op mobilitteit
Buigings-e:
Mooi of mooie mobilitteit
Groot of grote mobilitteit
Half of halve mobilitteit
Grappig of grappige mobilitteit
Leeg of lege mobilitteit
leuk of leuke mobilitteit
Vet of vette mobilitteit
Snel of snelle mobilitteit
Wit of witte mobilitteit
Klein of kleine mobilitteit
Rood of rode mobilitteit
Dik of dikke mobilitteit
Oud of oude mobilitteit
Goed of goede mobilitteit
Wat rijmt er op mobilitteit
Elk of elke: Elke mobilitteit
Aanwijzend voornaamwoord: Die mobilitteit
Bezittelijk voornaamwoord: Onze mobilitteit
Wat rijmt er op mobilitteit
Oefening van de dag