De of het menuboekje?
Het menuboekje
Is het de of het menuboekje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het menuboekje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: menu book
Jou of jouw: jouw menuboekje
Buigings-e:
Mooi of mooie menuboekje
Groot of grote menuboekje
Half of halve menuboekje
Grappig of grappige menuboekje
Leeg of lege menuboekje
leuk of leuke menuboekje
Vet of vette menuboekje
Snel of snelle menuboekje
Wit of witte menuboekje
Klein of kleine menuboekje
Rood of rode menuboekje
Dik of dikke menuboekje
Oud of oude menuboekje
Goed of goede menuboekje
Wat rijmt er op menuboekje
Elk of elke: Elk menuboekje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat menuboekje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons menuboekje
Wat rijmt er op menuboekje
Buigings-e:
Mooi of mooie menuboekje
Groot of grote menuboekje
Half of halve menuboekje
Grappig of grappige menuboekje
Leeg of lege menuboekje
leuk of leuke menuboekje
Vet of vette menuboekje
Snel of snelle menuboekje
Wit of witte menuboekje
Klein of kleine menuboekje
Rood of rode menuboekje
Dik of dikke menuboekje
Oud of oude menuboekje
Goed of goede menuboekje
Wat rijmt er op menuboekje
Elk of elke: Elk menuboekje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat menuboekje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons menuboekje
Wat rijmt er op menuboekje
Oefening van de dag