De of het litteken?
Het litteken
Is het de of het litteken
In de Nederlandse taal gebruiken wij het litteken.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: scar
Deutsch: Narbe | Bekijk of het der of die Narbe is.
Français: cicatrice | Bekijk of het Le o La cicatrice is.
Jou of jouw: jouw litteken
Buigings-e:
Mooi of mooie litteken
Groot of grote litteken
Half of halve litteken
Grappig of grappige litteken
Leeg of lege litteken
leuk of leuke litteken
Vet of vette litteken
Snel of snelle litteken
Wit of witte litteken
Klein of kleine litteken
Rood of rode litteken
Dik of dikke litteken
Oud of oude litteken
Goed of goede litteken
Wat rijmt er op litteken
Elk of elke: Elk litteken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat litteken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons litteken
Wat rijmt er op litteken
Buigings-e:
Mooi of mooie litteken
Groot of grote litteken
Half of halve litteken
Grappig of grappige litteken
Leeg of lege litteken
leuk of leuke litteken
Vet of vette litteken
Snel of snelle litteken
Wit of witte litteken
Klein of kleine litteken
Rood of rode litteken
Dik of dikke litteken
Oud of oude litteken
Goed of goede litteken
Wat rijmt er op litteken
Elk of elke: Elk litteken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat litteken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons litteken
Wat rijmt er op litteken
Oefening van de dag