De of het kinderschoentje?
Het kinderschoentje
Is het de of het kinderschoentje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het kinderschoentje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: children's shoe
Jou of jouw: jouw kinderschoentje
Buigings-e:
Mooi of mooie kinderschoentje
Groot of grote kinderschoentje
Half of halve kinderschoentje
Grappig of grappige kinderschoentje
Leeg of lege kinderschoentje
leuk of leuke kinderschoentje
Vet of vette kinderschoentje
Snel of snelle kinderschoentje
Wit of witte kinderschoentje
Klein of kleine kinderschoentje
Rood of rode kinderschoentje
Dik of dikke kinderschoentje
Oud of oude kinderschoentje
Goed of goede kinderschoentje
Wat rijmt er op kinderschoentje
Elk of elke: Elk kinderschoentje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kinderschoentje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kinderschoentje
Wat rijmt er op kinderschoentje
Buigings-e:
Mooi of mooie kinderschoentje
Groot of grote kinderschoentje
Half of halve kinderschoentje
Grappig of grappige kinderschoentje
Leeg of lege kinderschoentje
leuk of leuke kinderschoentje
Vet of vette kinderschoentje
Snel of snelle kinderschoentje
Wit of witte kinderschoentje
Klein of kleine kinderschoentje
Rood of rode kinderschoentje
Dik of dikke kinderschoentje
Oud of oude kinderschoentje
Goed of goede kinderschoentje
Wat rijmt er op kinderschoentje
Elk of elke: Elk kinderschoentje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kinderschoentje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kinderschoentje
Wat rijmt er op kinderschoentje
Oefening van de dag