De of het gangen?
De gangen
Is het de of het gangen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de gangen.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: courses
Deutsch: Flure | Bekijk of het der of die Flure is.
Français: corridors | Bekijk of het Le o La corridors is.
Jou of jouw: jouw gangen
Buigings-e:
Mooi of mooie gangen
Groot of grote gangen
Half of halve gangen
Grappig of grappige gangen
Leeg of lege gangen
leuk of leuke gangen
Vet of vette gangen
Snel of snelle gangen
Wit of witte gangen
Klein of kleine gangen
Rood of rode gangen
Dik of dikke gangen
Oud of oude gangen
Goed of goede gangen
Wat rijmt er op gangen
Elk of elke: Elke gangen
Aanwijzend voornaamwoord: Die gangen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gangen
Wat rijmt er op gangen
Buigings-e:
Mooi of mooie gangen
Groot of grote gangen
Half of halve gangen
Grappig of grappige gangen
Leeg of lege gangen
leuk of leuke gangen
Vet of vette gangen
Snel of snelle gangen
Wit of witte gangen
Klein of kleine gangen
Rood of rode gangen
Dik of dikke gangen
Oud of oude gangen
Goed of goede gangen
Wat rijmt er op gangen
Elk of elke: Elke gangen
Aanwijzend voornaamwoord: Die gangen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gangen
Wat rijmt er op gangen
Oefening van de dag