De of het engelenhaar?
Het engelenhaar
Is het de of het engelenhaar
In de Nederlandse taal gebruiken wij het engelenhaar.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: angel hair
Deutsch: Fadennudeln | Bekijk of het der of die Fadennudeln is.
Français: cheveux ange | Bekijk of het Le o La cheveux ange is.
Jou of jouw: jouw engelenhaar
Buigings-e:
Mooi of mooie engelenhaar
Groot of grote engelenhaar
Half of halve engelenhaar
Grappig of grappige engelenhaar
Leeg of lege engelenhaar
leuk of leuke engelenhaar
Vet of vette engelenhaar
Snel of snelle engelenhaar
Wit of witte engelenhaar
Klein of kleine engelenhaar
Rood of rode engelenhaar
Dik of dikke engelenhaar
Oud of oude engelenhaar
Goed of goede engelenhaar
Wat rijmt er op engelenhaar
Elk of elke: Elk engelenhaar
Aanwijzend voornaamwoord: Dat engelenhaar
Bezittelijk voornaamwoord: Ons engelenhaar
Wat rijmt er op engelenhaar
Buigings-e:
Mooi of mooie engelenhaar
Groot of grote engelenhaar
Half of halve engelenhaar
Grappig of grappige engelenhaar
Leeg of lege engelenhaar
leuk of leuke engelenhaar
Vet of vette engelenhaar
Snel of snelle engelenhaar
Wit of witte engelenhaar
Klein of kleine engelenhaar
Rood of rode engelenhaar
Dik of dikke engelenhaar
Oud of oude engelenhaar
Goed of goede engelenhaar
Wat rijmt er op engelenhaar
Elk of elke: Elk engelenhaar
Aanwijzend voornaamwoord: Dat engelenhaar
Bezittelijk voornaamwoord: Ons engelenhaar
Wat rijmt er op engelenhaar
Oefening van de dag