De of het bruidsmodezaak?
De bruidsmodezaak
Is het de of het bruidsmodezaak
In de Nederlandse taal gebruiken wij de bruidsmodezaak.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: bridal shop
Deutsch: Brautmodengeschäft | Bekijk of het der of die Brautmodengeschäft is.
Français: boutique de mariage | Bekijk of het Le o La boutique de mariage is.
Jou of jouw: jouw bruidsmodezaak
Buigings-e:
Mooi of mooie bruidsmodezaak
Groot of grote bruidsmodezaak
Half of halve bruidsmodezaak
Grappig of grappige bruidsmodezaak
Leeg of lege bruidsmodezaak
leuk of leuke bruidsmodezaak
Vet of vette bruidsmodezaak
Snel of snelle bruidsmodezaak
Wit of witte bruidsmodezaak
Klein of kleine bruidsmodezaak
Rood of rode bruidsmodezaak
Dik of dikke bruidsmodezaak
Oud of oude bruidsmodezaak
Goed of goede bruidsmodezaak
Wat rijmt er op bruidsmodezaak
Elk of elke: Elke bruidsmodezaak
Aanwijzend voornaamwoord: Die bruidsmodezaak
Bezittelijk voornaamwoord: Onze bruidsmodezaak
Wat rijmt er op bruidsmodezaak
Buigings-e:
Mooi of mooie bruidsmodezaak
Groot of grote bruidsmodezaak
Half of halve bruidsmodezaak
Grappig of grappige bruidsmodezaak
Leeg of lege bruidsmodezaak
leuk of leuke bruidsmodezaak
Vet of vette bruidsmodezaak
Snel of snelle bruidsmodezaak
Wit of witte bruidsmodezaak
Klein of kleine bruidsmodezaak
Rood of rode bruidsmodezaak
Dik of dikke bruidsmodezaak
Oud of oude bruidsmodezaak
Goed of goede bruidsmodezaak
Wat rijmt er op bruidsmodezaak
Elk of elke: Elke bruidsmodezaak
Aanwijzend voornaamwoord: Die bruidsmodezaak
Bezittelijk voornaamwoord: Onze bruidsmodezaak
Wat rijmt er op bruidsmodezaak
Oefening van de dag