De of het boomfeestdag?
De boomfeestdag
Is het de of het boomfeestdag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de boomfeestdag.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: holiday tree
Deutsch: Baum Feiertag | Bekijk of het der of die Baum Feiertag is.
Français: arbre vacances | Bekijk of het Le o La arbre vacances is.
Jou of jouw: jouw boomfeestdag
Buigings-e:
Mooi of mooie boomfeestdag
Groot of grote boomfeestdag
Half of halve boomfeestdag
Grappig of grappige boomfeestdag
Leeg of lege boomfeestdag
leuk of leuke boomfeestdag
Vet of vette boomfeestdag
Snel of snelle boomfeestdag
Wit of witte boomfeestdag
Klein of kleine boomfeestdag
Rood of rode boomfeestdag
Dik of dikke boomfeestdag
Oud of oude boomfeestdag
Goed of goede boomfeestdag
Wat rijmt er op boomfeestdag
Elk of elke: Elke boomfeestdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die boomfeestdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze boomfeestdag
Wat rijmt er op boomfeestdag
Buigings-e:
Mooi of mooie boomfeestdag
Groot of grote boomfeestdag
Half of halve boomfeestdag
Grappig of grappige boomfeestdag
Leeg of lege boomfeestdag
leuk of leuke boomfeestdag
Vet of vette boomfeestdag
Snel of snelle boomfeestdag
Wit of witte boomfeestdag
Klein of kleine boomfeestdag
Rood of rode boomfeestdag
Dik of dikke boomfeestdag
Oud of oude boomfeestdag
Goed of goede boomfeestdag
Wat rijmt er op boomfeestdag
Elk of elke: Elke boomfeestdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die boomfeestdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze boomfeestdag
Wat rijmt er op boomfeestdag
Oefening van de dag