De of het applaus?
Het applaus
Is het de of het applaus
In de Nederlandse taal gebruiken wij het applaus.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: applause
Deutsch: Applaus | Bekijk of het der of die Applaus is.
Français: applaudissements | Bekijk of het Le o La applaudissements is.
Jou of jouw: jouw applaus
Buigings-e:
Mooi of mooie applaus
Groot of grote applaus
Half of halve applaus
Grappig of grappige applaus
Leeg of lege applaus
leuk of leuke applaus
Vet of vette applaus
Snel of snelle applaus
Wit of witte applaus
Klein of kleine applaus
Rood of rode applaus
Dik of dikke applaus
Oud of oude applaus
Goed of goede applaus
Wat rijmt er op applaus
Elk of elke: Elk applaus
Aanwijzend voornaamwoord: Dat applaus
Bezittelijk voornaamwoord: Ons applaus
Wat rijmt er op applaus
Buigings-e:
Mooi of mooie applaus
Groot of grote applaus
Half of halve applaus
Grappig of grappige applaus
Leeg of lege applaus
leuk of leuke applaus
Vet of vette applaus
Snel of snelle applaus
Wit of witte applaus
Klein of kleine applaus
Rood of rode applaus
Dik of dikke applaus
Oud of oude applaus
Goed of goede applaus
Wat rijmt er op applaus
Elk of elke: Elk applaus
Aanwijzend voornaamwoord: Dat applaus
Bezittelijk voornaamwoord: Ons applaus
Wat rijmt er op applaus
Oefening van de dag