De of het anker?
Het anker
Is het de of het anker
In de Nederlandse taal gebruiken wij het anker.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: anchor
Deutsch: Anker | Bekijk of het der of die Anker is.
Français: ancre | Bekijk of het Le o La ancre is.
Jou of jouw: jouw anker
Buigings-e:
Mooi of mooie anker
Groot of grote anker
Half of halve anker
Grappig of grappige anker
Leeg of lege anker
leuk of leuke anker
Vet of vette anker
Snel of snelle anker
Wit of witte anker
Klein of kleine anker
Rood of rode anker
Dik of dikke anker
Oud of oude anker
Goed of goede anker
Wat rijmt er op anker
Elk of elke: Elk anker
Aanwijzend voornaamwoord: Dat anker
Bezittelijk voornaamwoord: Ons anker
Wat rijmt er op anker
kanker -
Buigings-e:
Mooi of mooie anker
Groot of grote anker
Half of halve anker
Grappig of grappige anker
Leeg of lege anker
leuk of leuke anker
Vet of vette anker
Snel of snelle anker
Wit of witte anker
Klein of kleine anker
Rood of rode anker
Dik of dikke anker
Oud of oude anker
Goed of goede anker
Wat rijmt er op anker
Elk of elke: Elk anker
Aanwijzend voornaamwoord: Dat anker
Bezittelijk voornaamwoord: Ons anker
Wat rijmt er op anker
kanker -
Oefening van de dag