De of het aardrijswiskunde?
De aardrijswiskunde
Is het de of het aardrijswiskunde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de aardrijswiskunde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: geology
Jou of jouw: jouw aardrijswiskunde
Buigings-e:
Mooi of mooie aardrijswiskunde
Groot of grote aardrijswiskunde
Half of halve aardrijswiskunde
Grappig of grappige aardrijswiskunde
Leeg of lege aardrijswiskunde
leuk of leuke aardrijswiskunde
Vet of vette aardrijswiskunde
Snel of snelle aardrijswiskunde
Wit of witte aardrijswiskunde
Klein of kleine aardrijswiskunde
Rood of rode aardrijswiskunde
Dik of dikke aardrijswiskunde
Oud of oude aardrijswiskunde
Goed of goede aardrijswiskunde
Wat rijmt er op aardrijswiskunde
Elk of elke: Elke aardrijswiskunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die aardrijswiskunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze aardrijswiskunde
Wat rijmt er op aardrijswiskunde
Buigings-e:
Mooi of mooie aardrijswiskunde
Groot of grote aardrijswiskunde
Half of halve aardrijswiskunde
Grappig of grappige aardrijswiskunde
Leeg of lege aardrijswiskunde
leuk of leuke aardrijswiskunde
Vet of vette aardrijswiskunde
Snel of snelle aardrijswiskunde
Wit of witte aardrijswiskunde
Klein of kleine aardrijswiskunde
Rood of rode aardrijswiskunde
Dik of dikke aardrijswiskunde
Oud of oude aardrijswiskunde
Goed of goede aardrijswiskunde
Wat rijmt er op aardrijswiskunde
Elk of elke: Elke aardrijswiskunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die aardrijswiskunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze aardrijswiskunde
Wat rijmt er op aardrijswiskunde
Oefening van de dag